Het ene moment sta ik op de berg,
het andere diep in ’t dal.
Mijn innerlijke motor
draait nog steeds overuren.
Hoe zeg je tegen een lichaam:
wees stil.
Wie had gedacht
dat juist die spijkermat
mij leert vertragen.
Ik lig daar,
tussen prikken en ademen,
en tel mezelf terug.
Tot ergens
tussen pijn en rust
de stilte mij vindt.

